Gezien de uitbouw van de modernisering is deze informatie enkel nog van toepassing voor het vierde jaar. Vanaf het schooljaar 2022-2023 wordt ook het vierde jaar hervormd en wordt het studieaanbod aangepast binnen de nieuwe matrix voor het secundair onderwijs.

In 2021-2022 wordt het vierde jaar nog ingedeeld in vier onderwijsvormen: ASO, TSO, KSO en BSO.

Profiel studierichtingen ASO (klik hier voor de lessentabellen)

Aan de hand van onderstaande profielen van de studierichtingen krijg je een schets van de inhoud, de basiskennis en de interesses waarover de leerlingen moeten beschikken om met succes deze richting te volgen.
Op onze school bieden we volgende polen aan, allen in het studiegebied ASO:

  • Pool Latijn
  • Pool Economie
  • Pool Wetenschappen

Elke pool omvat 32 lesuren en bestaat uit:

  • een basisvorming (voor alle polen gelijk),
  • een specifiek deel (legt de basis die specifiek is voor de studierichting)
  • een complementair deel (dit laat toe schooleigen accenten te leggen)

Binnen het complementair gedeelte trekken we de lijn van de modules in de eerste graad door. Via dit modulaire systeem kiezen we als school voor competentieontwikkelend leren waarbij het vergroten van het probleemoplossend vermogen van onze leerlingen centraal staat. Deze didactische aanpak laat ons maximaal toe de leerlingen voor te bereiden op nieuwe uitdagingen waarmee jongeren in onze hedendaagse maatschappij geconfronteerd worden.

Economie

Deze richting biedt de leerlingen een inzicht in de economische structuren van de maatschappij. Aangezien economie zeer gericht is op de actualiteit, zijn interesse in economie en de wil om de actualiteit te volgen belangrijke vereisten. De leerlingen hebben belangstelling voor de economische en financiële factoren die onze samenleving beïnvloeden. Economische begrippen worden toegelicht. Actuele gebeurtenissen in de economische (en soms politieke) actualiteit worden verklaard. Daarnaast wordt een basiskennis boekhouding verworven.

De richting economie beoogt de doorstroming naar het hoger onderwijs.

Latijn

Studie van een klassieke taal draagt bij tot de algemene vorming van de leerlingen. Ze heeft tot doel een inzicht te laten verwerven in de taal en letterkunde, de kunst en de cultuur, de maatschappij en de mentaliteit van de Grieken en/of Romeinen. In de basisoptie Latijn wordt dus de klemtoon gelegd op taalkundige aspecten en de componenten van de Latijnse cultuur. Latijn scherpt de taalkundige kennis en draagt bij tot een beter inzicht in de structuur en herkomst van een aantal moderne talen, terwijl een ruimer contact met wetenschappelijke vakken kan leiden tot voortgezet onderwijs in de wetenschappen.

Wetenschappen

Van leerlingen die opteren voor een wetenschappelijke opleiding wordt verwacht dat zij een grote interesse hebben voor de natuur, in de natuurverschijnselen en de verklaring ervan. In deze richting ligt de klemtoon op vakken zoals wiskunde, fysica, chemie, biologie, aardrijkskunde, waarbij niet alleen de theorie aan bod komt maar ook veel aandacht wordt besteed aan oefeningen en experimenten waarbij de aangeleerde wetten in praktische situaties worden toegepast. Het ontwikkelen van eigenschappen zoals kritische ingesteldheid, probleemoplossend denken en een groot doorzettingsvermogen staan hierbij centraal. De ontwikkeling van zelfstandig leren en evalueren wordt gestimuleerd.

 

Profiel studierichtingen TSO (klik hier voor de lessentabellen)

Elektromechanica

Elektromechanica is een theoretisch-technische richting die sterk wetenschappelijk- wiskundig onderbouwd is. Ze is zowel gericht op verder studeren in het hoger onderwijs als op tewerkstelling. Je leert verschillende materialen, toestellen en technieken kennen.

Je leert constructies en installaties ontwerpen, de processen voorbereiden en begeleiden met professionele software. Door het praktisch uitvoeren leer je het oorspronkelijke concept op zijn waarde beoordelen.

Je ontdekt de wereld van verlichting, motoren en generatoren, automatisering, PLC-sturingen... Je leert hoe machines met de computer bediend en ontworpen (CNC, CAD-CAM) worden.

Deze studierichting omvat twee grote blokken:

ELEKTRICITEIT: je leert elektromechanische kringen analyseren, de basiswetten van de elektriciteit toepassen in diverse elektrische opstellingen… Je voert elementaire berekeningen uit die steunen op een wiskundige basis.

MECHANICA: je verwerft basiskennis van theoretische mechanica en past dit toe in het vervaardigen van mechanische werkstukken. Je krijgt inzicht in de werking, de mogelijkheden en het gebruik van de belangrijkste werktuigmachines en gereedschappen. Je leert de eigenschappen van de materialen en de krachten die er op inwerken kennen. Soorten bewegingen, overbrengingen, samenstelling van krachten…komen aan bod.

Afgestudeerden met voldoende capaciteiten en interesse om verder te studeren kunnen doorstromen naar het hoger onderwijs. Meestal zal het gaan om een aansluitende professionele bachelor binnen het domein elektromechanica.

Verder specialiseren en/of je competenties verbreden via een specialisatiejaar of diverse opleidingen in het volwassenenonderwijs…behoort eveneens tot de mogelijkheden.

Afgestudeerden worden ingeschakeld in diverse functies zoals onderhoud, productie en ontwerp, magazijnbeheer…Ze kunnen tewerkgesteld worden als operator in geautomatiseerde bedrijven, als technisch conducteur, technisch tekenaar in alle bedrijven waar elektronica een grote rol speelt. Ook diverse functies in de metaalverwerkende en scheikundige nijverheid behoren tot de mogelijkheden. 

Sociale en technische wetenschappen

Sociale en technische wetenschappen biedt je een brede vorming aan op sociaal, wetenschappelijk en technisch vlak. Het uitgangspunt voor elk vak is de mens en zijn omgeving. De wetenschappen worden niet zuiver abstract en theoretisch benaderd, maar verwijzen voortdurend naar concrete toepassingen.Je hebt een brede interesse in mens en maatschappij,bent sociaal voelend en creatief. De opleiding leert je hoe de mens functioneert in de samenleving. Je leert sociale activiteiten organiseren aangepast aan verschillende doelgroepen en contexten. Ook voor de materiële ondersteuning leer je instaan. Het technisch aspect uit zich in de praktijk rond voeding gesteund op wetenschappelijke inzichten.

De vakken kunnen onderverdeeld worden in drie groepen:

  • Natuurwetenschappen (biologie, chemie, fysica en laboratoriumoefeningen). In natuurwetenschappen verwerf je inzichten en vaardigheden via experimenten en praktische opdrachten, gesteund op de theorie.
  • Sociale wetenschappen (maatschappelijke en sociale vorming): de doelstellingen zijn: verkennen van eigen mogelijkheden, verduidelijken van leerprocessen (geheugen, intelligentie, leren …), passend communiceren in verschillende situaties, menselijk gedrag en interacties waarnemen en observeren, omgaan met rechten en plichten als jongere, verkennen en illustreren van de diversiteit tussen mensen
  • Voeding (toegepaste wetenschappen en praktijk); hier wordt er concreet gewerkt met voedingsproducten. De voedingsmiddelen worden verwerkt volgens bepaalde principes. Je leert hierbij de juiste methode of techniek hanteren met aandacht voor het correct gebruik van de gepaste apparatuur. Zorg dragen voor kwaliteit van de voeding wordt in al zijn facetten benaderd. 

Profiel studierichtingen BSO (klik hier voor de lessentabellen)

Wie voor een BSO-studierichting kiest, gaat voor arbeidsmarktfinaliteit. Dit betekent dat de leerling aan het einde van de opleiding klaar is voor de arbeidsmarkt. Ook hogere studies aanvatten behoort tot de mogelijkheden via een zevende specialisatiejaar of een HBO-opleiding.

Het is belangrijk een goede keuze te maken binnen de mogelijkheden en de verwachtingen van de leerling.

Er wordt verwacht dat zij niet alleen opgroeien tot bekwame vakmannen of vakvrouwen, maar ook tot verantwoordelijke jonge mensen in de samenleving en het arbeidsmidden. Bijzondere aandacht gaat dan ook uit naar houding, samenwerking, solidariteit en persoonsvorming.

Al onze leerkrachten vinden het hun taak niet alleen te zorgen voor een degelijke vakopleiding, maar vinden ook een goede begeleiding doorheen de tweede graad erg belangrijk. Dit wordt mogelijk gemaakt dankzij informatie naar en samenwerking met ouders.

Hout

In de tweede graad ligt de nadruk op basistechnieken en –vaardigheden van houtbewerking: verbindingen, hang- en sluitwerk, machine-instellingen, binnen- en buitentimmerwerk. Je leert eenvoudige meubeltjes maken.

In de derde graad ligt de nadruk op wand- en plafondafwerking, terrassen en aanverwante constructies van hout, buitentimmerwerk, veranda’s, meubelconstructies, interieurbouw, trappen, parket en dakwerken.

Diverse technieken staan op het leerplan: bewerken van platen en massief hout, toepassingen met fineer en kunststof, houtdraaien en eenvoudig steekwerk, kleuren, beitsen en afwerken. Het esthetische aspect geeft aan meubelmakerij een extra dimensie en uitdaging.

De timmerman/meubelmaker is en blijft een veel gevraagde vakman. Je komt meestal terecht in de meubelfabricatie, woningbouw (aannemers van timmerwerken, verandabouw, binnenhuisinrichting), in constructiebedrijven of firma’s die hout of machines voor houtbewerking verkopen. Ook zelfstandig meubelmaker of meubelstoffeerder behoren tot de mogelijkheden.

De opleiding houtbewerking – snijwerk leidt op tot houtsculptuur en bestaat enkel in Maaseik.

Basismechanica

Basismechanica bereidt je niet alleen voor op de meeste studierichtingen binnen het studiegebied mechanica en elektriciteit, maar ook binnen de studiegebieden auto en koeling - warmte.

In praktijk elektriciteit/elektronica leer je vaardigheden voor de uitvoering en herstelling van eenvoudige elektrische installaties.
In praktijk mechanica leer je basisvaardigheden zoals draaien, frezen, lassen, boren, zagen, vijlen. Je leert eenvoudige onderhoudstaken uitvoeren aan machines.
In praktijk lassen-constructie leer je snijbranden, solderen, lasapparatuur herkennen, instellen en onderhouden (puntlas, gassmeltlassen, elektrisch vlambooglassen, MIG/MAG lassen).

In het technisch vak mechanica/elektromechanica komen bewegingsleer, veiligheid, verbindingstechnieken, meettechnieken, materialenleer, tekenen en CAD aan bod.

Daarnaast volg je de vakken (+/- 8u) van één cluster. Uiteraard komt in een cluster met meerdere vakgebieden enkel de basis aan bod. In een cluster met 1 vakgebied volg je ook het verdiepingsvak.

In elk vakgebied komen aspecten als leren plannen, zich informeren, materialen, gereedschappen en machines, tekenvaardigheden, tekening lezen, veiligheid … aan bod. In de clusters ‘koeling en warmte’ en ‘machines’ leer je de algemene principes bij het realiseren van een project: een kostenraming maken, voorbereidingen zoals meten, op schaal tekenen, kiezen van hulpmiddelen, machines en gereedschappen…, herkennen en bewerken van materialen, plannen, uitvoeren en controleren, monteren, …

Binnen de richting basismechanica kiezen wij voor een koppeling met de cluster "koeling en warmte" waarin volgende vaardigheden en technieken aangebracht worden:

Basis sanitair/centrale verwarming/elektromechanica:

Je leert over de soorten goten, sanitaire- en verwarmingstoestellen, afvoer- en toevoerbuizen…

Je leert technieken zoals verbindingen, aansluitingen, plaatbewerking, kunststofbewerking, soldeerfouten, schroefdraad snijden, montage en demontage, afwerking, …

Je leert over energiebronnen (wind, zon, water, fossiele brandstoffen), temperatuur, principes van warmteoverdracht, …

Verdieping sanitair/centrale verwarming/elektromechanica:

Je leert over dichtingmiddelen, brandstoffen, isolatiemateriaal, dakbedekking, kraanwerken, ventielen, elektrische verwarmingstoestellen, warmtegeleiders en isolators.

Je leert technieken zoals speciale verbindingen, installatiecriteria, buisverbindingen…

Je leert nog meer over energie: scheikundige werking (corrosie, zuurinwerking,…), energie en warmte, …

Verzorging – Voeding

Deze opleiding richt zich tot verantwoordelijke jongeren die graag en vlot contact leggen en belangstelling hebben voor het dagelijkse leven van gezonde en zieke mensen.

In de tweede graad gaat de meeste aandacht naar huishoudkunde. Je krijgt een elementaire kennis van voeding, woning, kleding, verzorging, ziekenzorg en sociale relaties. Je leert problemen oplossen in concrete situaties.

In de derde graad ligt de nadruk op de praktijk. Je volgt stage bij gezonde kinderen, bejaarden, chronische zieken en personen met een handicap. Zo maak je kennis met alle aspecten van huishoudkunde en verzorging.

Je leert de basisbehoeften van de hulpvragers kennen: slaap, hygiëne, voeding, veilig gebruik van geneesmiddelen, preventie van ziekten. Ook EHBO, gezondheidsvoorlichting en dieetleer komen aan bod.

Centraal staat het ondersteunen en bevorderen van de zelfzorg van de zorgvrager.

Deze studierichting biedt je een vrij grote werkzekerheid.

Je kan een job vinden in rust- en verzorgingstehuizen, ziekenhuizen, diensten voor gezins- en bejaardenhulp, kinderopvang en alle voorzieningen waar je verzorgend te werk gaat. Na het 6de jaar kan je naast een zevende specialisatiejaar ook verder studeren in de 4de graad BSO verpleegkunde.

Kinderdagverblijven en naschoolse opvang, erkend door Kind en Gezin, stellen enkel mensen met een diploma van het zevende specialisatiejaar te werk.

Deze studierichtingen vragen van de kandidaten heel wat inzet, bereidwilligheid, verantwoordelijkheid en zin voor orde en netheid. Voornaamheid in voorkomen, taal en omgang zijn daarbij even belangrijk.